Sneller Klimmen – Materiaalslinge

 

gear-sling1

Wie snel wil zijn in de bergen moet zo veel mogelijk in beweging blijven, of dit nou klimmen of wandelen is. Dit is dan ook ondergeschikt aan het proberen om zo snel mogelijk proberen te wandelen en te klimmen. Voor klimmers betekend dit dus dat zo min mogelijk tijd verspild moet worden aan logistieke activiteiten. Er zijn veel maatregelen die je kan nemen om je snelheid in de bergen te vergroten (keuze voor touwtechieken, training, materiaalkeuze, routine opbouwen etc.). Het gebruik van een ‘materiaalschlinge’ is  één van deze maatregelen en helpt klimmers om tijdverspilling te voorkomen op de standplaats. De materialschlinge voorkomt hierbij dat klimmateriaal stuk voor stuk overhandigd moet worden aan de voorklimmer.

Maar hoe werkt de ‘materiaalschlinge’ eigenlijk? Stel je de situatie voor waarin een touwgroep van twee afwisselend op kop klimt:

  • De voorklimmers draagt een 60 cm bandschlinge over zijn schouder.
  • Op de standplaats hangt de voorklimmer al het zekermateriaal wat nog aan zijn gordel hangt aan de bandschlinge. (Dit doet de voorklimmer tijdens het zekeren en tijdens het moment dat de naklimmers de standplaats aan het afbreken is. Zorg ervoor dat de naklimmer niet hoeft te wachten!)
  • De naklimmer hangt het materiaal van de route gewoon aan zijn gordel.
  • Wanneer de naklimmer op de standplaats komt geeft de voorklimmer de ‘materiaalschlinge’ aan de naklimmer.
  • Wanneer je met een halve mastworp zekert, kan de naklimmer gelijk de rol van voorklimmer over nemen zonder een seconde op de standplaats te verspillen: Het gebruik van HMS zekeren is erg goed te combineren met het gebruik van de ‘materiaalschlinge’ (lees hier meer over in het artikel over de HMS).

In de situatie dat één klimmer op kop blijft klimmen, blijft de ‘materiaalschlinge’ juist bij de naklimmer. De naklimmer haalt hierbij de materiaal wat in de route hangt op en hangt het gelijk aan de ‘materiaalschlinge’.

Metolius Gear SlingBD Nylon Runners

Het gebruik van een ‘materiaalschlinge’ heeft wel een beperking. Hoe makkelijker het terrein hoe beter het gebruik van de schlinge werkt. In terrein wat voor jou tegen je maximale klimgraad aan zit, moet je volledig kunnen focussen op het klimmen. Je wil dan niet dat de ‘materiaalschlinge’ je gezichtsveld blokkeert wanneer je subtiele voetpassen. Ook wil je niet dat het bungelen van de schlinge je afleid van het klimmen. Sowieso heeft bij een dergelijke moeilijkheidsgraad de materiaalschlinge weinig nut. Je bent namelijk relatief lang aan klimmen in een moeilijke lengte, waardoor het gebruik van een schlinge relatief weinig tijdwinst op levert.

Maar wanneer gebruik je dan wel een ‘materiaalschlinge’ en wanneer niet? Zelf blijf ik in ieder geval met een materiaalschlinge klimmen tot en met één volledige cijfer onder mijn maximale onsight niveau. In mijn geval klim ik op dit moment op goede dagen in één keer 7a+ uit. Dit betekent dus dat ik sowieso tot en met 6a+ op eigen pro met een ‘materiaalschlinge’ klim. Is het niet extreem zwaar gewaardeerd dan klim ik tot en met 6b+ op eigen pro met een ‘materiaalschlinge’. Alhoewel dit een goede richtlijn is, zal je het uiteindelijk voor jezelf moeten ontdekken wat goed werkt. Succes hierbij!

Piz Badile - Cassin

Taco Lambregts in de Noordoostwand van de Piz Badile. Voor ons perfect terrein voor een materiaalschlinge.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.