Masterclass Afdaaltechnieken

Minaret - Abseilen Versant Satanique

Bas Visscher is bezig met abseilen na het klimmen van de route Versant Satanique (ED-, 6c)

Waarschuwing: Technieken die in dit artikel staan beschreven zijn bedoeld voor klimmers die de kunde en inzicht hebben om de risico’s van de technieken goed in te kunnen schatten. Ook zijn alle triviale handelingen (zoals bevestigen van zelfzekering) weggelaten in de technieken, ervan uitgaande dat je de nodige basistechnieken beheerst. Je bent zelf verantwoordelijk voor het veilig uitoefenen van de technieken.

Het blijft een interessant fenomeen, al die ‘abseilexperiences’ die zowel in de Belgische Ardennen als op de Euromast worden aangeboden. Abseilklanten zien deze zogenaamde ‘experience’ wel zitten en betalen graag voor zo’n eerste hoogte-ervaring. Wij klimmers hebben helaas een hele andere relatie met abseilen. Vaak is het eerder een eeuwig durende herhaling van handelingen, om die verdomde steile wand van honderden meters eindelijk is een keer af te komen. Een langdurige sessie aan het einde van de dag die ons ervan weerhoud eindelijk te kunnen genieten van een welverdiend witbiertje. En dan hebben we het geen eens gehad over de horrorabseils waarbij alles mis gaat en het touw regelmatig vast komt te zitten.

Ook de zomer van 2015 zag ik weer massa’s mensen strugglen terwijl ze probeerden de Noordkante van de Piz Badile ab te seilen. Deze abseilpiste op de Piz Badile kenmerkt zich door een vrij vlakke hellingshoek, waardoor het touw bij het uitgooien niet soepel naar beneden valt en er touwspaghetti ontstaat. Het resultaat zijn vele groepjes die met hoofdlampjes in het pikkedonker wanhopig proberen om beneden te komen en soms zelfs hun tocht mogen afsluiten met een ongeplande bivak.

De Badile is slechts een voorbeeld en de meeste abseilavonturen in de bergen, met uitzondering op de steilste wanden, geven dit gevreesde glooiende terrein. Maar wat nou als het wel mogelijk was om soepel via de Noordkante naar beneden te komen? Het antwoord is simpel, niet abseilen maar ‘laten zaken’! met als grote voordeel dat er geen touwen naar beneden gegooid hoeven te worden. Dit artikel behandeld alle ins en outs over het ‘laten zaken’, om zo je volgende avontuur wel soepel te eindigen. Hierbij worden bij de eerste drie methodes uitgegaan van het laten zaken met dubbeltouw.

Muniring

Hier is een standplaats te zien met muniring

Casus 1 – Abseilpiste in glooiend terrein met muniringen
Een abseilpiste met muniringen (zie afbeelding) is wat je veel tegen komt in gebieden zoals Bergell en dus ook op de Piz Badile. Het voordeel van een muniring is dat ook de bevestigingsknoop van twee dubbeltouwstrengen door de haak past, waardoor het ‘laten zakken’ makkelijker gaat. De methode bestaat uit de volgende stappen:

  1. Het dubbeltouw (reeds aan elkaar verbonden met een zaksteek) wordt netjes van onder naar boven op een hoop neergelegd.
  2. Het bovenste uiteinde van het touw gaat door de muniring heen en ‘klimmer A’ bindt zich direct in.
  3. Gelijktijdig bevestigd ‘klimmer B’ het touw aan een ATC/Reverso.
  4. ‘Klimmer B’ Laat ‘Klimmer A’ zo snel mogelijk gecontroleerd zakken met behulp van zijn ATC/Reverso. Hierbij geeft ‘Klimmer B’ tegendruk met een been om niet tegen de standplaats getrokken te worden.
  5. Wanneer ‘klimmer A’ aankomt bij de standplaats trekt hij het touw door. ‘Klimmer B’ zorgt dat de zaksteek door de muniring heen gaat. ‘Klimmer A’ blijft het touw door trekken, totdat de zaksteek bij ‘klimmer A’ is.
  6. ‘Klimmer A’ bevestigd het touw net onder de zaksteek aan zijn ATC/Reverso.
  7. ‘Klimmer B’ heeft nu ongeveer vijf tot twintig meter resttouw hangen aan weerszijde van de muniring. ‘Klimmer B’ bindt zich indirect in, in het touw vlak achter de muniring. Samen met de vijf tot twintig meter resttouw laat ‘klimmer B’ zich zo snel mogelijk gecontroleerd zakken door ‘klimmer A’.
  8. Wanneer ‘klimmer B’ aangekomen is op de standplaats van ‘klimmer A’, wordt het touw doorgetrokken.
  9. Nu worden stappen 1 t/m 9 weer herhaald.

Bij de uitvoering van deze techniek zijn een aantal aandachtspunten. Allereerst is een goede communicatie essentieel bij de uitvoering, waarbij een voorwaarde is dat onderlinge communicatie altijd mogelijk is. Belangrijke commando’s tijdens de uitvoering zijn ‘sneller’, ‘langzamer’, ‘stop’, ‘zakken’ en ‘stand’. Hou er ook rekening mee dat bij stap 5 ‘klimmer B’ mogelijk het touw kan verliezen omdat het touw nergens aan de bovenste standplaats vast zit. Een goede voorzorgmaatregel voor het verliezen van het touw, is het touwuiteinde bevestigen aan ‘klimmer B’.
Beheersen van deze techniek kan er voor zorgen dat je bijna twee keer zo snel beneden bent. Wees er wel bewust van dat bij het toepassen van de methode het touw over de muniring schuurt, waardoor zowel versnelde slijtage van het touw als de muninring optreedt. Bij het afdalen van kortere lengtes met slechts één touwstreng, kan bovenstaande methode niet alleen bij muniringen, maar ook bij mailon rapides toegepast worden.

Casus 2: Abseilpiste in glooiend terrein met standaard maillon rapides
Veruit de meeste standplaatsen bij een abseilpiste hebben maillon rapides in de standplaats. Hier past dus geen zaksteek van twee samen geknoopte dubbeltouwen doorheen. Alhoewel het laten zaken hierdoor niet zo eenvoudig gaat als bij casus 1, is laten zakken in glooiend terrein nog steeds duidelijk de snelste optie. In grote lijnen volgt men dezelfde stappen als bij casus 1 met enkele toevoegingen:

  1. Het dubbeltouw (reeds aan elkaar verbonden met een zaksteek) wordt netjes van onder naar boven op een hoop neergelegd en er wordt een karabiner in de standplaats geplaatst.
  2. Het bovenste uiteinde van het touw gaat door de karabiner heen en ‘klimmer A’ bindt zich direct in.
  3. Gelijktijdig bevestigd ‘klimmer B’ het touw aan een ATC/Reverso.
  4. ‘Klimmer B’ Laat ‘Klimmer A’ zo snel mogelijk gecontroleerd zakken met behulp van zijn ATC/Reverso. Hierbij geeft ‘Klimmer B’ tegendruk met een been om niet tegen de standplaats getrokken te worden.
  5. Wanneer ‘klimmer A’ aankomt bij de standplaats trekt hij het touw door. ‘Klimmer A’ blijft zolang het touw door trekken, totdat de zaksteek bij ‘klimmer A’ is.
  6. ‘Klimmer B’ haalt tegelijktijd het uiteinde door de maillon rapide (eventueel bevestigen aan ‘klimmer B’) en trekt het touw vervolgens minimaal vijf meter door, of meer afhankelijk van de lengte tot de volgende standplaats.
  7. ‘Klimmer A’ bevestigd het touw net onder de zaksteek aan zijn ATC/Reverso.
  8. ‘Klimmer B’ trekt het touw zo veel mogelijk strak, tot er geen slack meer zit in het touw tussen de ATC/Reverso van ‘klimmer A’ en de bovenste standplaats.
  9. ‘Klimmer B’ heeft nu vijf tot twintig meter resttouw boven hangen aan de maillonrapid. ‘Klimmer B’ bindt zich indirect in, in het deel van het resttouw vlak achter de maillon rapide. Samen met de vijf tot twintig meter resttouw laat ‘klimmer B’ zich zo snel mogelijk gecontroleerd zakken door ‘klimmer A’.
  10. Wanneer ‘klimmer B’ aangekomen is op de standplaats van ‘klimmer A’ wordt het touw doorgetrokken.
  11. Nu worden stappen 1 t/m 11 weer herhaald.

Zelfs in perfect verticaal terrein is bovenste methode bijna even snel als de standaard methode voor abseilen. Net als bij casus 1 gelden dezelfde aandachtspunten.

Alternatieve methode voor laten zaken:
Onderstaande methode is veruit de snelste techniek voor afdalen van je eerste afdaallengte, wanneer je net bent geëindigd met klimmen. Ook is het een goed alternatief voor bovenstaande methodes, wanneer je slijtage van een muniring/maillon rapide wil voorkomen. Zie onderstaande stappenplan:

  1. Startsituatie: Twee touwuiteinden liggen onder (eventueel ingebonden bij voorklimmer)  en twee touwuiteinden liggen boven (eventueel ingebonden bij naklimmer). De twee touwuiteinden die onder liggen worden door de standplaats gehaald en aan elkaar vastgeknoopt. Ook wordt er een karabiner in de standplaats geplaatst.
  2. De bovenste twee uiteindes van het touw gaan door de karabiner heen. Wanneer dat nog niet gebeurd is, bindt ‘klimmer A’ zich in met deze beide uiteindes.
  3. ‘Klimmer B’ Laat ‘Klimmer A’ zo snel mogelijk gecontroleerd zakken met behulp van zijn ATC/Reverso. Hierbij geeft ‘Klimmer B’ tegendruk met een been om niet tegen de standplaats getrokken te worden.
  4. Wanneer ‘klimmer A’ aankomt bij de standplaats haalt ‘klimmer B’ een van de onderste uiteindes door de maillon rapide en verbindt het met het andere uiteinde. Vervolgens trekt ‘klimmer A’ het touw door.
  5. ‘Klimmer B’ gaat nu volgens standaardmethode abseilen tot de standplaats.
  6. Het touw wordt doorgetrokken. Bij het midden van het touw wordt de zaksteek eruit gehaald. Om touwverlies te voorkomen kan nu al bevestigen van beide touwen aan de standplaats plaatsvinden (zie stap 1). De tweede streng wordt verder naar beneden getrokken en wordt netjes naast het hoopje van het andere touwstreng geplaatst.
  7. Nu worden stappen 1 t/m 7 weer herhaald.

Casus 3: Er moeten stukjes gelopen worden tussen de abseilpistes
De situatie waarin afstanden gelopen moeten worden tussen abseilpistes, komt ook regelmatig voor in de bergen. Een klassiek voorbeeld hiervan is de afdaling van de normaalroute van de Gröβe Zinne in de Italiaanse Dolomieten. Om hier mee om te gaan worden weer hele andere technieken gevraagd. Zie hieronder een stappenplan.

Startsituatie is als volgt:
0. Boven aan je route moet je eerst een stuk lopen om bij de eerste abseil te komen. Het dubbeltouw ligt nu nog met twee uiteinden boven en twee uiteinden onder. ‘klimmer B’ schiet 1 touwstreng op, zoals in de standaardsituatie. ‘Klimmer A’ stopt gelijktijdig het andere touwstreng van onder naar boven in zijn rugzak. Het bovenste uiteinde van het touw loopt uit de rugzak en wordt vastgezet tussen het borstbandje van de rugzak en zijn borst. Beide klimmers lopen naar de eerste abseilstandplaats. Daar aangekomen geeft ‘Klimmer B’ eventueel zijn touwstreng aan ‘klimmer A.

  1. Bij de eerste standplaats haalt ‘klimmer A’ het touwstreng onder het borstgespje vandaan en haalt het uiteinde door de maillon rapide.
  2. ‘Klimmer A’ bindt zich direct in, in het uiteinde.
  3. Aan zijde van het touw dat van de maillon rapide naar de rugzak loopt, bindt ‘klimmer A’ zich in met een ATC/Reverso en een back-up prussik (selbstseilrolle).
  4. ‘Klimmer A’ daalt af met de selstseilrolle terwijl ondertussen het touw automatisch uit zijn rugzak wordt getrokken.
  5. Onder aan de abseil laat ‘klimmer A’ het touw hangen voor ‘klimmer B’, zodat ‘klimmer B’ op standaardwijze kan abseilen.
  6. Ondertussen loopt ‘klimmer A’ met de tweede streng naar de volgende standplaats.
  7. Wanneer ‘klimmer B’ onder aan de abseil is, wordt het touw in de rugzak gestopt zoals bij stap 0 en kan er verder gelopen worden naar de tweede standplaats.
  8. Bij de tweede standplaats legt ‘klimmer A’ het touw van onder naar boven op de grond
  9. Vervolgens worden stappen 1 t/m 5 herhaald.

Het vervolg van de methode is afhankelijk van het vervolg van de afdaling. Eventueel kan de methode aangepast worden, afhankelijk van de situatie. Het kan bijvoorbeeld zinvol zijn om een touwstreng niet in de rugzak te stoppen, maar te verkorten zoals bij verkorttouwtechniek (nuttig wanneer je er tijdens de afdaling gezekerd geklommen moet worden of er stukjes gletsjer verwacht wordt).

Conclusie:
Er zijn vele manieren waarmee afgedaald kan worden. Niet elke techniek is ideaal en veilig voor elke situatie (denk aan steenslag, slechte standplaatsen en communicatie-verstorende-factoren). Belangrijk is om inzicht te kregen in de methodes die ter plekke efficiënt en gepast zijn. Soms zijn enkele aanpassingen aan bovenstaande methode wenselijk. Wel vraagt deze mate van vrijheid in het kiezen van methodes en het zelf bedenken van varianten, om een hoge mate van (touw)inzicht en extra aandacht voor de veiligheid.

One Comment

  1. Mooi stuk! Goed bezig Sytse

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.